Ambro Dritty Project 7 Prometheus Qeske Maastricht
Get in touch with us at info@new.com






Prometheus schenkt het vuur
Waar was ik?
Onder een gevaarlijke hemel.
alleen met de zachte tong van een deinende vrouw. Wondermaan en zilvervacht
heerlijk verborgen wild gedroomde nacht.
Maar ondertussen vluchten mijn bange kinderen voor het Vuur
en nu drijven ze Dood in de stomgroene Rivier.
Huilend raas ik naar de brandende Hel.
wanhoop brullend
naar het Niets
en haat verbreekt de eeuwige Angst voor de hete vlammende Dood. Want een god leidde mijn weg
mijn schreeuwende handen
maken de machtige Vuurmens van mij
en ik leid ons uit het land
der onwetenden.
De Stad
Lang gezogen ogenblikken
Rustend in de donkerblauwe schaduw van de Kudde sluimerend in het groene koesterdal
en vrouwenhanden kammen de vruchtbare aarde
met stille warme ossen aan de zuchtende wagen reizen wielen naar de zwijgende eeuwigheid.
Maar ongemerkt zinkt de donkere horizon
vol Stammenwild op stinkende paarden
moordhonden verbranden milde haren tot zwarte as.
Zalig de muur en de steen en de wal
Zalig het ongenaakbare lijf van de ommuurde stad
Binnen staat de kring van witte mannenbaarden
Waar de waarheidstempel wordt gebouwd
wijkt de doornenkroon rond het hart in de donkerblauwe schoot van veiligheid.
De Boekdrukkunst
Eeuwig geruisloos vallen sterren in de nacht
maar de tijd verzamelt langzaam
onverbiddelijk de geschreven kennis zodat
de Dood krakend naar binnen gaat
zich nog koffie inschenkt en
de oude menselijke wereld schielijk verlaat.
Zo machtig wordt ons weten,
zo gretig wordt verspreidt en verteerd,
dat de druk van de wetende adem steeds groeit;
en de tijd wordt geboren,
tijd wordt kostbaar,
en de tijd begint ons in te halen,
nek aan nek met de nieuwe oude mens.
Mechanisatie
Zeilend met onze tedere ziel;
vol dromerig peinzen;
mijmerend aan de oever,
of op de steven van ons schip,
zit onze vluchtige geest en
krijgt een mechanische zoon.
Het kind is van ijzer,
en loopt blind en scharnierend,
langs het leed van de mens,
helpt zonder mededogen,
verlicht de last van gebroken ruggen,
zonder begrip of verlangen,
maakt ons welvarend en bevrijdt,
zonder goedheid of karakter,
alleen met het wiskundige oog,
en verlost de warme tedere mens,
zodat hij zachter leven kan, zonder verplichtende dankbaarheid.
Icarus verovert de zon
Deze dag drijven de dromen,
hoog en wijds lonken de wolken,
roekeloos ver stijgt de ziel.
Zodat mijn mond de staalblauwe hemel raakt.
een wolkenvlinder dartelend in het zwartblauwe kleed.
Zo diep in het woud stond mijn stulpje;
verborgen in bergen van heimwee;
zo diep was de sleutel der kennis
verborgen in de tijd;
duizende Icarussen vielen diep in de machtige zee.
hun moedige harten vernederd.
Maar dan staat alles klaar;
e man en het weten;
en plotseling vliegt de mens over de aarde
en keert nooit meer terug.
De geest in de machine
Kloppend verrijst ons hart in de wereld
Vol licht zingen we de heerlijke dagen
in stille spiegels huist beweging
en God kent onze vluchtende naam.
Maar stemmen in ons openen iets
Waar niemand erg in had
Wij bestaan niet
Het is illusie
Alleen de wereld bestaat.
Men heeft het uitgerekend
Het was niet moeilijk.

De intocht van het fotogezicht,
Uit donkere schaduwen stapt de kleine zwijgmens
ijkt naar het stralende meisje in de gouden zon
met nieuwe foto-ogen strelen we
ons dierenhart vol verborgen behoeftes;
we willen dit heerlijke lichaam als heilig water
sprankelend zuiverlicht in de mond
want een foto is eeuwig.
in een kast zonder tijd.
In een snelle stad
Verdampt de miezerige armoede
in hoogglanzende illusies

Communicatie
Alleen de tere lucht spiegelde de ziel;
houten benen op bedevaart,
door armoedige straten,
van een onhygiënisch buitenland,
magere dieren snuffelen nerveus.
Dan ontwaakt die ruisende oceaan,
de telefonisch, telegrafisch zoemende radiowereld
verstrikt, vol levens-tekens; bloed naar licht.
In mijn verstilde handen
duistert de zwijgende dood niet meer.
Voorbij aan open ramen
voor kletsende lawaaivogels.
nestelt de eenzame wanhoop
niet langer in honger en gebrek
maar in oud leed:
en ons vergeten kinderverdriet
verschijnt eindelijk op televisie.

WorldWideWeb
Zeldzaam flikkert het licht aan de horizon
verbonden zonder programma.
De deuren reiken tot in het diepe aardse sterrentrillen.
Alle verlichting in dit vluchtig wezen
registreert de schaduwen in je lichaam
en kennis van zaken is niet vereist.
Waar ben ik
aan het einde der tijden
verdwaalt in het gesprek van alle zielen
door het niets in het alles
de vrije val naar god.

Artificial Intelligence
Alles is zo Open,
droomt god nu?
Aan deze oever staat een mens
haperend voor het elegante machinelicht ;
de diep glanzende spiegel;
vol van gouden hoop.
Verblindend vliegt de vogel van vooruitgang
en eeuwige sterren buigen zeldzaam traag
in regenbogen naar de aarde.
Waar de triomferende kennis
een minnaar ontmoet: onsterfelijkheid.
Dingen staan hier en daar om ons
en in ons en niemand weet nog steeds
waarom.

